Een uptime monitor controleert automatisch of een website, server of dienst bereikbaar is en correct reageert. Door een monitor aan te maken krijg je continu inzicht in beschikbaarheid, responstijd en eventuele storingen.
Uptimes biedt uitgebreide instellingen zodat een monitor precies kan worden afgestemd op de gewenste situatie, van eenvoudige websitechecks tot complexe API-controles.
Bij het aanmaken van een nieuwe monitor begin je met de basisgegevens. Deze bepalen wat er gecontroleerd wordt en hoe vaak.
Naam: een herkenbare naam voor de monitor
Ping protocol: HTTP(s), Ping (ICMP) of Host / Port
URL of target: het adres dat gecontroleerd moet worden
Check-interval: hoe vaak de controle wordt uitgevoerd
Bij een monitor kun je één of meerdere notificatiekanalen selecteren. Deze bepalen wie een melding ontvangt wanneer de monitor offline gaat of weer herstelt.
Notificaties zorgen ervoor dat problemen direct worden opgemerkt zonder dat het dashboard actief in de gaten gehouden hoeft te worden.
Met de geavanceerde instellingen kan het gedrag van een monitor verder worden verfijnd. Deze opties zijn bedoeld voor situaties waarin standaardcontroles niet voldoende zijn.
Selecteren van één of meerdere meetlocaties
Instellen van een request timeout
Gebruik van een cache buster om caching te omzeilen
Controleren van SSL- en beveiligde verbindingen
Koppelen van een monitor aan een project
Voor meer geavanceerde controles kan een custom request worden ingesteld. Hiermee bepaal je hoe Uptimes de aanvraag uitvoert.
Request method, zoals GET of POST
Automatisch volgen van redirects
Gebruik van basic authentication
Toevoegen van custom request headers
Deze instellingen zijn vooral geschikt voor API’s, beveiligde endpoints en specifieke webservices.
Met custom response instellingen bepaal je wanneer een monitor als succesvol wordt beschouwd. Dit voorkomt foutmeldingen bij specifieke toepassingen.
Verwachte HTTP statuscodes, zoals 200
Controle op specifieke tekst in de response body
Validatie van response headers
Hiermee kan Uptimes controleren of een applicatie niet alleen bereikbaar is, maar ook inhoudelijk correct functioneert.
Na het instellen van alle gewenste opties kan de monitor worden aangemaakt. Vanaf dat moment start Uptimes direct met controleren volgens de ingestelde interval.
De resultaten zijn zichtbaar op het dashboard en worden gebruikt voor uptimeberekeningen, prestatiegrafieken en incidentregistratie.
De uitgebreide opties zijn vooral geschikt voor professionele omgevingen waar standaard uptimechecks niet voldoende zijn.
Webapplicaties met login of beveiligde endpoints
API’s waarbij specifieke responses vereist zijn
Omgevingen met caching of loadbalancers
Hosting- en bureauomgevingen met SLA-afspraken
Door deze flexibiliteit is Uptimes geschikt voor zowel eenvoudige monitoring als complexe technische controles.